Gepost door: Nanda en Keimpe | woensdag 21 november 2007

Met de boot

Een kraakheldere hemel boven een wereldstad als Sydney… dat moèt wel een mooie zonsondergang worden… en dat werd het ook.

Gewapend met fototoestellen, statief en een paar versnaperingen namen we aan het einde van de middag de metro naar Circular Quay. Vanaf daar wandelden we naar de ‘andere’ kant van de Harbour Bridge: de ondergaande zon scheen daar als een gele lamp op de brug en de overkant van de stad. De hoek tussen camera en brug was niet helemaal zoals ik voor ogen had (dat bewaren we voor een volgende keer ;-) ) maar mooi gekleurde beelden leverde het toch wel op.

Er is zoveel water in Sydney, dat er naast een trein-, metro-, bus- light- én monorail- ook een uitgekiend veerbootnet is ontstaan. Wij kochten daarom vanmorgen (woensdag inmiddels) een retourtje Manly, de verste bestemming met de ferry in de stad, zodat we de skyline van het centrum en ook een aantal andere zee-inhammen en land-uitstulpsels (hier ook wel ‘the heads’ genoemd) goed vanaf het water konden bekijken. We zaten buiten, achterop het dek en het was daar heerlijk in de zon, met een verkoelend windje in het gezicht. En het uitzicht….? Dat was om over naar huis te schrijven… dus bij deze (en kijk ook eens naar de laatste foto’s!).

Manly is een aardige buitenwijk van Sydney met veel winkels, restaurants en een mooi strand. Dat vonden ook een aantal mede-toeristen (waaronder een aantal onsterflijke Amerikanen en hun onnavolgbare conversaties “do you have a plastic bag? My sandwich is already leaking!” ving Nanda notabene ìn een openbaar toilet op) en daardoor was het er nog best druk. We aten nog een broodje om daarna met de boot terug te keren naar het centrum.

In de avond maakten we nog een kort rondje door de stad om in een Maleisische eetgelegenheid te genieten van authentieke saté en nasi-goreng.

Morgen pakken we de boel definitief in om terug te vliegen naar Nederland. Met gemengde gevoelens weliswaar, maar daarover later nog wat meer!

img_1473.jpg

Gepost door: Keimpe | dinsdag 20 november 2007

Niet te vergeten

“Unforgettable, that’s what you are…” horen we Nat King Cole zingen uit de speakers van de taxi en onze van oorsprong Engelse chauffeur zingt met donkerbruine stem, bijna deftig, met hem mee. Onvergetelijk zijn zeer veel plaatsen en momenten die de afgelopen maanden passeerden. Gelukkig is de koek nog niet helemaal op (zoals mijn vader het een paar dagen geleden door de telefoon nog treffend uitdrukte) en bezoeken we Cairns en Sydney nog voordat we definitief aan de terugreis naar Nederland beginnen.

In Cairns hebben we ons eerst op een comfortabele en rustige camping geinstalleerd. Er moeten de komende dagen een paar zaken geregeld worden, zoals het afstand doen van de fietsen (dat is gelukt, zoals we hier op het weblog al eerder schreven) het inpakken van onze spullen en het schoonmaken van de camper. Ondertussen regende het ook nog eens zeer regelmatig en dat maakte het erop uitgaan, om nog wat van de stad te zien, er niet eenvoudiger op. We besloten al snel na aankomst in Cairns om in ieder geval de camper een paar dagen eerder in te leveren dan oorspronkelijk gepland. In plaats daarvan hebben we voor de laatste twee nachtjes een hotel/appartement gehuurd. Op deze manier konden we nog even bijkomen van alle inpak- en schoonmaakstress (het uitzoeken van spullen die zo’n drie maanden lang onbezorgd in allerlei kastjes en laadjes in de camper zo hun plek hadden nam veel meer tijd in beslag dan we van te voren dachten – “het lijkt wel alsof we gaan verhuizen” verzuchtte Nanda tijdens deze opruimklus en ik was het roerend met haar eens).

Nadat we 11kg aan boeken en landkaarten via het postkantoor alvast op transport naar Nederland hebben gezet en onze camper door een zeer gehaaste (ex)Duitser bij Kea in ontvangst was genomen namen we onze intrek in het appartement. Na een douche en een kort verblijf in de stad besloten we ‘s avonds een pizza te laten bezorgen en lekker op de bank (heerlijk een bank, wat een luxe!) een filmpje te kijken. Ook zondag hebben we nog wat rondgekeken in het centrum van de stad maar het regende juist ook die dag erg veel en ‘s middags hadden we ons daarom weer teruggetrokken in ons huisje.

Ik had het net al even over onze bagage, maar het vooruit sturen van boeken en het weggooien en achterlaten van allerlei onbelangrijkere spullen kon niet voorkomen dat we voor onze vliegreis tussen Cairns en Sydney met overgewicht in onze bagage werden geconfronteerd. Bij vliegmaatschappij Virgin kosten deze extra kilo’s niet veel maar ik begrijp nu wel ineens waarom mijn biceps zo ontzettend gegroeid is.. ;-) De dames achter de balie zouden eens moeten weten hoeveel kilo er nog in onze ‘handtasjes’ (Nanda’s rugzak met CD’s, boeken en toebehoren en mijn camerarugzak incl. laptop) verborgen zat!

En toen waren we ineens in Sydney… wereldstad en wat voor ééntje… Intrigerend om mee te maken. Druk als elke andere stad kan zijn maar niet beklemmend. Natuurlijk wonen hier zeer veel mensen en soms heel dicht op elkaar maar het voelt niet heel erg druk. Misschien komt dit ook wel omdat de mensen zelf niet erg druk doen? En dan al dat water… de stad ligt er niet alleen aan, het stroomt er ook op allerlei plaatsen doorheen. Dit alles geeft ook nog eens een heel ruimtelijk gevoel. Ik heb eigenlijk nog niets gezien maar op voorhand (en op basis van mijn gevoel) zeg ik: ik mag deze stad wel!

Als we aan het einde van de middag van de luchthaven naar ons hotel rijden valt me op hoe prachtig de stad gekleurd wordt. De wolken die in Cairns het luchtbeeld nog bepaalden zijn hier helemaal verdwenen. Niets staat de ondergaande zon dan ook in de weg om de wolkenkrabbers om ons heen goud-geel te kleuren. Wat een geweldig gezicht! In de bar van het hotel drinken we nog een drankje maar we gaan nog even naar buiten voor het avondeten. Keuze genoeg maar veel zin om uitgebreid iets bijzonders te zoeken hebben we niet. Tapas eten we deze keer in een volle, luidruchtige Spaanse tent.

Eerder vandaag (het is inmiddels dinsdag geworden) hebben we de Sydney-Tower bezocht, een soort Euromast waar we, als we boven zijn gekomen, een 360-graden uitzicht hebben over de stad. We staan dan achter glas, maar toch lukt het om een paar foto’s te maken van het zeer heldere vergezicht. In Darling Harbour lopen we nog wat rond. Vanavond steken we de beroemde Sydney Harbour Bridge over om aan de overkant een fraaie zonsondergang over de stad mee te maken. Het is nu nog onbewolkt dus dat beloofd wat! Of het ‘unforgettable’ wordt… daar schrijven we later nog wat over!

cairns-sydney.jpg

Gepost door: Nanda | zaterdag 17 november 2007

Straatkinderen

Gisteren hebben wij afscheid genomen van onze mountain bikes. Ontelbare keren heeft Keimpe ze tijdens de reis in en uit de camper gesjouwd en hebben we er vaak veel gemak van gehad. Nog in Nederland hadden we oorspronkelijk bedacht dat we de fietsen aan het einde van de reis zouden doneren aan een goed doel in Cairns, onze camper-eindbestemming. Maar eerlijk is eerlijk, we begonnen ons tijdens de reis toch wel een beetje te hechten aan de tweewielers. Even hebben we dan ook overwogen om ze alsnog naar Nederland te verschepen, maar gelukkig waren de kosten zo uit verhouding ten opzichte van waarde van de ‘ bikes’ dat we dat plan al snel weer lieten varen.

We gingen alsnog op zoek naar een goed doel. Omdat het om fietsen ging leek de jeugdzorg ons een goed vertrekpunt.
We googleden naar ‘ youth care’ en stuitten na wat surfen op de Street Level Youth Care organisatie (www.streetlevelyouthcare.org.au) van Harald Falge. Een organisatie die zich al 16 jaar het lot aantrekt van de straatkinderen van Cairns. 365 dagen per jaar delen vrijwilligers maaltijden uit aan de kinderen en proberen met hen in contact te komen en te blijven, om ze waar mogelijk te behoeden voor crimineel gedrag, verslavingen en prostitutie. In haar geschiedenis heeft Harald’s organisatie zich over meer dan 6000 kinderen ontfermd en velen van hen hebben het straatleven uiteindelijk achter zich kunnen laten.

We stuurden Harald een e-mail met daarin ons aanbod om te fietsen aan de SLYC te doneren. Daar reageerde hij snel en enthousiast op, waarna we de volgende dag richting de stad reden om hem te ontmoeten en de fietsen te overhandigen. Harald bleek een warm en inspirerend mens, met een oprechte gedrevenheid om de kinderen te helpen. Hij vertelde ons over het werk van zijn organisatie en ook over zijn nieuwe initiatief, het Harald’ s House. Dit nog te bouwen huis wordt een permanenter opvangtehuis voor een aantal kinderen, waarvoor hij momenteel druk in de weer is om geld in te zamelen (zie ook www.haraldshouse.com).

En de fietsen? Die kwamen volgens Harald heel goed van pas, onder andere voor diverse ritjes door de vrijwilligers, maar voor een van de fietsen had hij meteen al een concrete bestemming. Een van de voormalige straatkinderen had onlangs een baan gevonden, die wat ver was om te lopen en zou nu op de fiets kunnen gaan. Mooi toch!

lj3v0001.jpg

Gepost door: Nanda | donderdag 15 november 2007

Natuurtalent

Na een dag vol regen (ook dat kan hier!) hebben we de camper gisteren weer opgepakt om een uitstapje te ondernemen naar Kuranda, een door regenwoud omringd bergdorp, op 15 kilometer rijden van Cairns.

Na een mooie slingerweg reden we eerst nog een stukje door naar de Barron Falls. Hoewel er ondanks de regenval niet heel veel water ‘viel’ maakte de ruige rotsachtige setting absoluut indruk. Terwijl we dit moois in ons op stonden te nemen arriveerde op datzelfde moment de toeristische trein vanuit Cairns, waardoor we in no time werden omringd door een invasie van druk camera-klikkende toeristen, van overwegend Aziatische afkomst. Need I say more…
Gelukkig bleek Kuranda ruim genoeg van opzet om niet te struikelen over deze en andere dagbezoekers en na een pittige espresso waren we klaar voor onze queste: het kopen van een Didgeridoo voor Keimpe.

Die had ik hem namelijk als verjaardagscadeau beloofd, zoals de trouwe webloglezers misschien nog weten. In Darwin hadden we ons al wat op de do’s en dont’s van de aanschaf van een ‘ didg’ georienteerd, maar tijdens onze reis zuidelijker waren we geen goede winkel meer tegengekomen. Nu had ik gelezen dat Kuranda een grote aboriginalgemeenschap heeft en dat er veel gespecialiseerde aboriginal kunstwinkels zijn, dus dat daar zeker een poging moest worden gewaagd.

De eerste gallerie die we tegenkwamen sprak ons meteen aan, vanwege de in onze ogen oorspronkelijke uitstraling. We stapten binnen en gingen direct op de instrumenten af. De galleriehoudster kwam al snel naar ons toe en vertelde het een en ander over de afkomst van haar didgeridoos en de kunstenaars die ze beschilderd hadden. Ze liet ons weer even met rust, waarop Keimpe het aandurfde een didg te pakken en een blaaspoging te doen. Tot mijn verbazing kreeg hij er meteen bij de eerst uitademing een zeer authentiek geluid uit. Het is goed om hierbij te vermelden dat het bespelen van een didgeridoo bepaald niet eenvoudig is! Aangemoedigd pakte hij een andere waarop hij hetzelfde kunstje flikte.

Afkomend op de klanken riep de galleriehoudster “dat hij zeker al vaker gespeeld had”, niet ineens in de vragende vorm. Waarop ik meteen antwoordde dat dit Keimpe’s allereerste keer was. Ze was oprecht stomverbaasd. In de 15 jaar dat ze didgeridoos verkocht had ze nog niet een keer eerder meegemaakt dat iemand bij de eerste poging zo’n echt didgeridoo geluid kon produceren. Dat het Keimpe’s eerste keer was geloofde ze ook alleen omdat ik het kon beamen. Ze grapte nog dat hij onder die blanke huid vast een zwarte kleur moest hebben… We raakten geanimeerd met haar in gesprek en het stond buiten kijf dat dit de plek zou worden waar Keimpe zijn didgeridoo zou uitzoeken. Hij koos een mooie eenvoudige, van blank gelakt eucalyptus hout, in C toon, die deels subtiel is beschilderd door een aboriginal kunstenaar. De galleriedame heeft hem vakkundig vliegtuigproof verpakt en het hele gevaarte staat hier nu in onze camper te wachten op de terugreis naar Nederland.

Na dit succesverhaal hebben we nog wat tijd gespendeerd aan het kopen van cadeautjes en stuitten daarbij ook op de galerie van de in 2003 overleden Australische landschapsfotograaf Peter Jarver. We waren erg onder de indruk van de prachtige foto’s die daar werden tentoongesteld. We zijn inmiddels in het bezit van een zeer mooi boek met afbeeldingen van het levenswerk van deze fotograaf. Komt dat zien!


Nog een muzikale ‘noot’ voor Kevin: oom Keimpe gaat eerst nog een beetje oefenen, maar leert jou ook vast graag de didgeridoo bespelen hoor ;-)

img_1393.jpg

Gepost door: Keimpe | woensdag 14 november 2007

Daintree National Park

Daintree National Park bestaat voor een groot deel uit zogenaamd “Wet Tropical Rainforrest”. Het hier in Australië gelegen bos wordt ook wel aangemerkt als het oudste oerwoud ter wereld. Wij rijden richting Daintree Village en zijn zeer benieuwd naar wat we te zien krijgen.

Van Port Douglas naar Daintree Village is een slordige 60km. Niet ver dus en binnen zo’n anderhalf uur komen we aan in het piepkleine plaatsje (één hoofdstraatje van 200m met een toeristeninformatiepunt, twee restaurants, een winkeltje en een riverview-camping, meer is het niet) en melden ons bij de ingang van de camping. “Receptie” is een duur woord voor een plastic tafel en stoelenset waar een mevrouw, een metalen kluis-kassa en een bloknote binnen handbereik, ons met een blik van “weet-je-zeker-dat-je-hier-wilt-staan” vreemd aankijkt. Onze mededeling dat we maar liefst 2 nachten zullen blijven, lijkt haar frons alleen maar te versterken. We kiezen voor de plek “beneden” met uitzicht direct op de Daintreerivier. Het hele grasveld daar blijkt leeg! Heerlijk! De prachtige natuurlijke omgeving hebben we dus helemaal voor onszelf.

We willen eerst eens een dag of twee op de camping verblijven, lekker rustig de directe omgeving in ons opnemen. Een massage die we in de Spa van de Daintree Eco Lodge hebben geboekt past prima in dit schema. Allebei tegelijk worden we onder handen genomen en op sommige plekken voelen we goed hoe stijf en hard onze spieren kunnen zijn. Als we weer terug zijn op de camping zien we dat er op ‘ons’ veldje nog steeds niemand is komen staan. Wel komen we aan het begin van de avond, tijdens een korte fotosessie bij de rivier, een heel ander type gast tegen. Als de zon duidelijk onder en het dus bijna donker is, horen we hier en daar wat geritsel tussen de dorre bladeren. Nanda ontdekt ze het eerst: suikerrietpadden komen uit hun holen, naar de lantaarnpaal waar in het licht allerlei insecten zich hebben verzameld. We hadden niet meer gedacht deze glibberige niet-inheemse en inmiddels in Noord-Australië tot ware plaag uitgegroeide paddensoort tegen te komen en nu springen ze om ons heen! Snel de camper in en niet meer aan denken… yech!

De volgende dag gaan we dieper het Daintree National Park in. We moeten eerst met een pondje de Daintreerivier over maar dan wacht ons het echte regenwoud. Maanden hebben we geen druppel neerslag gezien maar vandaag is dat anders. Nu we middenin het regenwoud zijn, hoe kan het eigenlijk ook anders, komt het met bakken uit de lucht. Wel mooi om te zien, want al het groen om ons heen fleurt er enorm van op. We bezoeken het Daintree Discovery Center en al is de entreeprijs aan de forse kant, we drinken er niet alleen een espresso in het ‘gratis’ café. Leuk is de Canopy-tower, die ons al klimmend langs alle lagen van een tropisch regenwoud, zelfs tot boven de hoogste boomkruinen, brengt. Druk is het in het Discovery Center ook. Gidsen spreken hun van zichzelf al lawaaige groepen toe met een stemvolume, alsof ze met slechthorenden van doen hebben. Jammer, want zo verdwijnen de mooie geluiden van het woud wel heel erg naar de achtergrond.

We rijden, over een prachtige ‘scenic’ route dwars door het regenwoud, door tot aan Cape Tribulation ofwel Kaap Ellende. Deze landpunt in zee is door ontdekkingsreiziger James Cook zo genoemd, omdat hij daar schipbreuk leed. Onderweg stoppen we nog om een naar bleek boeiende wandeling over een mooi aangelegde boardwalk door regenwoud en mangrovebossen te maken.

We kamperen in de buurt van De Cape op de lokale camping maar door alle regen is de luchtvochtigheid tot maximale proporties gestegen (ik ben tussen 10:00 s’ ochtends en 14:00 ‘s middags drie keer van t-shirt gewisseld, alle keren kon ik ze als natte vaatdoeken uitwringen) zodat we de volgende dag besluiten alweer zuidwaards richting Cairns te rijden. We doen dit niet zonder eerst nog een bezoek te brengen aan het uitkijkplatform op Cape Tribulation. In de middag bezoeken we ook nog de Mossman Gorge, een prachtige ruige rivier omringd door, alweer, tropisch regenwoud.

Inmiddels staan we, onder de rook van Cairns, op een rustige, zeer groene camping. Gratis draadloos internet adverteert de eigenaar gretig, maar dan moet de netwerk-zender niet stuk zijn.

Vandaag ontspannen we weer wat, morgen gaan we naar onze finale bestemming hier, Cairns. Niet het einde van onze reis, nog niet, maar wel de plaats waar we maandag a.s. onze camper zullen inleveren. Wat we in die tussentijd nog gaan doen vermelden we later op dit weblog.

van-airlie-naar-daintree.jpg

Gepost door: Keimpe | woensdag 14 november 2007

Port Douglas

De Nederlandse journalist Jan Ligthart heeft een boeiend boek geschreven over Australië, getiteld “Boemerangs en Bromvliegen”. Hij heeft een aantal interessante observaties en resultaten van onderzoekingen in artikelen verwerkt en gebundeld en veel van de door hem genoemde en beschreven plaatsen hebben Nanda en ik ook mogen bezoeken. Jan Ligthart heeft een jaar of vier in Australië gewoond en wel in Port Douglas. Deze kuststad die nog boven Cairns ligt, is onze volgende bestemming.

Onderweg komen we eerst nog door Innisfail. Dit plaatsje is in 1918 volledig verwoest door een cycloon. Volgens informatie uit de Lonely Planet is met name het resultaat van de herbouw interessant omdat het plaatsvond in de hoogtijdagen van de Art-Deco kunststroming. Het moet gezegd, er zijn zeker een aantal gebouwen die als “Art-Deco” zijn aan te merken, maar wij vonden het allemaal wat tegenvallen. In de plaatselijke Woolworths supermarkt vulden we wel onze voorraden weer aan.

We vervolgden onze weg langs een prachtige slingerende route pal langs de kust. Onderweg stopten we kort bij de Rex-Lookout. Toen we Port Douglas binnenreden vielen meteen de vele resorts op. De ene toegangspoort was nog fraaier of groter dan de andere. Wij hadden een camping uitgezocht die zeer dichtbij het centrum en de haven van Port Douglas lag. De eigenaren verwelkomden ons enthousiast, zeker toen ze vernamen dat we in een Kea-camper reisden. “The airconditinings from Kea are more quiet than others” zeiden ze. Inderdaad niet onbelangrijk voor onze mede-camping-bewoners want de temperatuur en luchtvochtigheid hier in het Tropische Noorden is weer dusdanig opgelopen dat slapen zonder luchtbewerking ondoenlijk is.

Port Douglas barst van de restaurants en niet de minste ook. We besloten voor die avond geen kipfilet uit onze vriezer te ontdooien, maar naar visrestaurant “On The Inlet” te gaan. Ja, familie en vrienden, jullie lezen het goed: Keimpe is samen met Nanda gaan eten in een visrestaurant en hij kijkt er bepaald niet zonder plezier op terug. Een voorgerecht bestaande uit oesters voorzien van verschillende dressings en een hoofdgerecht opgebouwd uit verschillende soorten “fruits-de-mer” – Nanda en ik kozen unaniem voor hetzelfde. Het was trouwens de eerste keer in deze maanden dat Nanda en ik fatsoenlijk uit eten gingen en we hebben er de van mijn ouders, zus en zwager gekregen dollars er graag voor ingezet.

Tijdens onze einde-middag-wandeling richting het restaurant hadden we al kunnen zien dat Port Douglas een leuk centrum heeft met uiteenlopende boetiekjes, winkeltjes en koffiebarretjes. De volgende ochtend konden we het dan ook niet laten deze winkelstraat nog eens rustig door te lopen op zoek naar wat leuke souvenirs en een lekkere bak koffie. Aan het einde van de ochtend reden we door naar het nog noordelijker gelegen Daintree National Park.

img_1279.jpg

Gepost door: Nanda | woensdag 7 november 2007

The Great Green Way

Een dag of vijf geleden verlieten we Airlie Beach en de Whitsundays, om koers te zetten richting het tropische noorden van Queensland. Even boven Townsville parkeerden we de camper op een caravan park pal aan de kust, in Rollingstone Beach. En ‘pal’  is in dit geval niet overdreven, want het strand lag op slechts 10 meter afstand van ons mobiele huis. Het uitzicht valt te raden, een uitgestrekte blauwe oceaan… Maar hoe aanlokkelijk dit water er ook uitziet, erin afkoelen wordt in deze tijd van het jaar sterk afgeraden, in verband met de voor mensen dodelijke kubuskwallen die in de Australische wateren rondzwemmen. Gelukkig bood de camping een goed alternatief: een minstens zo blauw en in dit geval ook ruim zwembad.

Nadat de golven ons twee nachten in slaap hadden geruisd vervolgden we onze reis, langs de zogenaamde Great Green Way. Een naam waarover we ons al snel niet meer verbaasden, want hoe noordelijker we kwamen, hoe groener het landschap werd. Bergen vol dicht regenwoud, groene akkers met suikerriet en helder groen grasland. Een enorm contrast met de droge gebieden in het westen en noorden van het land.

Aangezien de te rijden afstand die dag maar 160 kilometer bedroeg (inmiddels een peuleschil voor ons) hadden we veel tijd om wat leuke stops in te lassen. In Ingham dronken we een lekkere espresso, wetend dat hier veel Italiaanse immigranten wonen en dat dat gegeven de kwaliteit van de koffie meestal ten goede komt. In Cardwell lunchten we op een mooi plekje aan zee, met uitzicht op Hinchinbrook Island. En in Tully wierpen we een blik op een bijna 8 meter hoge kaplaars, die aangeeft wat dit ‘ natste’  plekje van Australie ooit in een jaar aan regenval voor haar kiezen kreeg. Het gemiddelde niveau ligt overigens ook op een slordige 4 meter per jaar. Geen wonder dat het er zo groen is.

We eindigden in Mission Beach, een verzameling kleine dorpjes aan een 14 kilometer lang goudgeel strand. Hoewel elk strand natuurlijk leeft van het toerisme, is de sfeer in Mission Beach heerlijk ontspannen gebleven. Alleen laagbouw, maar een handjevol winkels, eet- en drinkgelegenheden en vooral… weinig mensen. Dat heeft zeker ook te maken met het feit dat het geen hoogseizoen is, maar we vermoeden dat het hier ook dan nog steeds geen gekkenhuis zal zijn. Op onze camping worden we omringd door hoge palmbomen en andere tropische planten en het klinkt geregeld alsof we in een grote volière zitten.

Tijdens ons verblijf van drie dagen in Mission Beach hebben we vooral gelezen, over het strand gewandeld, ijsjes gegeten, gevliegerd en gezwommen. Dat laatste in het zwembad en vandaag ook in zee, uiteraard wel in het zogenaamde ‘stinger net’, een door een kwallenproof net afgebakend stuk zee.

Ondanks ons drukke schema ;-) heeft Keimpe hier ook nog een speciale missie ondernomen: Een zonsopgang fotosessie. Om kwart over vijf klauterde hij gisteren van het bedtrapje (ik hield me zeer slapende) en verliet hij de camper, gewapend met camera, lenzen, statief en afstandbediening, om in het bijzondere ochtendlicht een paar mooie strandopnamen te kunnen maken. Het resultaat valt te bewonderen op de foto-pagina.

Morgen verlaten we Mission Beach en rijden we verder naar boven, naar Port Douglas, nog boven Cairns, om daarna het Daintree National Park te bezoeken.

_j3v0035.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | vrijdag 2 november 2007

Sail The Whitsundays

Airlie Beach is de toegangspoort naar de Whitsunday Islands. Een tropische eilandenarchipel van maar liefst 74 prachtige oases in de Stille Oceaan. Het bezichtigen van deze parels kan op uiteenlopende manieren. Er zijn resorts op sommige eilanden waar je een poosje kunt verblijven, er kunnen vliegtuigjes worden gecharterd en natuurlijk zijn er vele opties om met een boot de Whitsundays te ontdekken. Wij kozen voor een dagtrip naar Whitehaven Beach, één van Australië’s mooiste stranden.

We scheepten om ongeveer half negen in op de “Ragamuffin”. Dit is niet zomaar een boot. Het type zeilschip wordt ook wel “Maxi” genoemd. Met haar 24 meter lengte en een zeiloppervlak van maximaal 547m2 (daarmee kun je twee tennisvelden bedekken staat ergens niet zonder trots vermeld) is het een indrukwekkende verschijning. Het uit 1979 stammend jacht is gebouwd om grote zeilwedstrijden te winnen en dat deed ‘ie meteen al vanaf het eerste jaar dat ze te water werd gelaten. Maar liefst 3x is bijvoorbeeld de Sydney-Hobart race gewonnen en dat heeft nog nooit een ander schip weten te presteren.

Inmiddels is het vaartuig omgebouwd tot een dagtrip-vehikel en dat is vooral in het aantal aan boord aanwezige mensen te merken. Waar vroeger 26 tot op het bot getrainde racedeelnemers over het dek en het het ruim konden worden verdeeld, moeten we nu met zo’n 50 toeristen en 6 bemanningsleden ergens een plekje zoeken. Het is af en toe behoorlijk passen en meten en als het schip eenmaal op zee het grootzeil en de fok volledig heeft opgetrokken worden we door de ‘crew’ regelmatig verplaatst. Spectaculair is het wel, zo’n scherp zeiljacht dat flink overhellend een enorme snelheid maakt onder invloed van de vooral ‘s morgens sterk aanwezige wind.

Na een ochtend zeilen worden we met een kleine rubberboot (met de toepasselijke naam ‘mini-muffin’) afgezet op “Whitehaven Beach” gelegen op het grootste eiland “Whitsunday Island”. Het strand is parelwit en steekt mooi af bij de turquoise blauwe zee en het op het eiland groeiende groene regenwoud. Het poederig fijne zand is zo wit door de samenstelling ervan: Maar liefst 98% silicium-dioxide (voor diegenen die scheikunde in het pakket hebben gehad). De bemanning serveert op dit zuivere poeder een lekkere lunch en er is tijd om even af te koelen in zee.

Als we ‘s middags terug varen hebben Nanda en ik zeer strategisch plaatsgenomen aan de voeten van de schipper. Daar konden we tijdens diverse manoeuvres (zeilen op, overstag, zeilen neer, etc.) rustig blijven zitten. “De Volvo-Penta zal ons terug moeten brengen” zegt de schipper met een beetje spijt in zijn stem. Hij doelt niet op een één of andere mystieke, plotseling opkomende wind (die inmiddels sterk is afgenomen) maar op de onder in het schip ronkende dieselmotor.

Een beetje moe, onze huid nog nagloeiend van de zon, komen we aan eind van de middag terug bij onze camper.

img_1206.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | woensdag 31 oktober 2007

De Oostkust sofar…

Na een verblijf van een dag of vijf in het Eungella National Park zijn we naar de kust gereden, naar Airlie Beach. Airlie Beach, één van de hotspots voor wat betreft strandleven langs de oostkust. Maar laat ik nog even kort vermelden hoe het ons is vergaan sinds ons vertrek uit Engella.

We besloten na een paar dagen van heerlijke rust op de berg, de Finch Hatton Gorge, ook onderdeel van Eungella NP, te bezoeken. Een wandeling van ongeveer 3km (weliswaar bergop) in het vooruitzicht dat zagen we wel zitten. Aan het einde van de wandeling wachtte een prachtige poel tussen de rotsen. Zwemmen deden we er niet in, wel hebben we er een paar mooie foto’s kunnen maken.

Eenmaal terug bij de geparkeerde camper besloten we direct door te rijden naar Mackay. Onze voornaamste interesse in deze stad was het vinden van een campingzaak. Eén van onze buitenstoeltjes had het namelijk begeven en om gezellig samen buiten te kunnen zitten was vervanging ervan noodzakelijk. Mackay is een stad van aanzienlijk formaat (echt groot zou ik het ook niet willen noemen) en alle noodzakelijke faciliteiten waren voor ons aanwezig (Coles supermarkt, Camping World campingzaak en een low-fat lunchgelegenheid (ik heb nog nooit zo’n lekkere ‘wrap’ gegeten!).

Bucasia zou je een buitenwijk van Mackay kunnen noemen, ongeveer 10km noordoostelijk van het centrum van de stad. Het ligt direct aan de kust en er is een camping met strandopgang. We besloten er een nachtje te staan. Toen we de camper verlieten om ons te melden bij de receptie deinsden we voor een moment terug: Wat een vis-lucht hing er om ons heen! Aangezien de camping er ook niet bepaald florissant bij lag dachten we even ons heil voor de nacht ergens anders te gaan zoeken. Al snel leerden we van de dame achter de receptie van de camping de oorzaak van de indringende geur: de nacht ervoor was het koraalrif gaan ‘bloeien’ door de zee vol te storten met zijn mannelijke gameten (ook wel: zaadcellen). Het strand lag vol met het aangespoelde resultaat , wat bij laagwater een kleurrijk schouwspel opleverde. Samen met een prachtige zonsondergang (want: wolken in de lucht zorgden voor een schitterende breking van het zonlicht) hebben we ook hier een paar mooie foto’s kunnen nemen.

De volgende dag pakten we onze spullen op om naar Airlie Beach en omgeving te gaan. Het was de bedoeling hier een paar dagen rust te vinden op een camping die grenst aan al weer een National Park deze keer met de naam Conway. Volgens alle beschrijvingen zou dit de rustigste, natuurlijkste camping moeten zijn rond Airlie Beach (wat als stadje overigens volledig in dienst staat van het lokale strandleven vol Backpackers, Noveau-Riches en bijbehorende facaliteiten als café’s, restaurants en boutique-shops en al met al dus helemaal niet zo rustig is). Maar wat doet eigenlijk die airstrip naast de camping? Een blik op de kaart laat zien dat dit het “Whitsunday Airport” is. Het doet dus dienst als toegangspoort voor alles wat met vliegen te maken heeft naar en van de Whitsunday eilandenarchipel. Vliegtuigen, watervliegtuigen, stuntvliegtuigen, parachutist-vliegtuigen, helikopters, het stijgt hier allemaal op. Elke paar uur worden we een beetje opgeschrikt door het geluid van een stijgend dan wel landend toestel. Als ik er dan bij vertel dat toegang tot het dichtstbijzinde strand opheven is vanwege uitbreidingen van de haven en dat toegang tot het Conway National Park vanaf de camping betekent dat we eerst 20 minuten langs de drukke Airlie Beach – Shute Harbor weg moeten lopen en als dan ook nog blijkt dat Airlie-Beach en de camping gescheiden zijn door een steile berg, onneembaar voor onze fietsen, dan zal het jullie niet verbazen dat we al na twee nachtjes hebben besloten te verkassen.

We staan inmiddels op een eigenlijk nog veel ruimere camping, dichterbij Airlie Beach op een prachtige schaduwrijke en uiterst rustige plek. Donderdag varen we een dagje mee op het snelle zeilschip onder de naam “Ragamuffin”. Wat we daar meemaken en hoe dat afloopt… dat beschrijven we later!

oostkust-mackay-airliebeach.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | vrijdag 26 oktober 2007

Nieuwe foto’s!

Klik op het fotoalbum voor vandaag toegevoegde beelden!

Oudere Berichten »

Categorieën

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.