Airlie Beach is de toegangspoort naar de Whitsunday Islands. Een tropische eilandenarchipel van maar liefst 74 prachtige oases in de Stille Oceaan. Het bezichtigen van deze parels kan op uiteenlopende manieren. Er zijn resorts op sommige eilanden waar je een poosje kunt verblijven, er kunnen vliegtuigjes worden gecharterd en natuurlijk zijn er vele opties om met een boot de Whitsundays te ontdekken. Wij kozen voor een dagtrip naar Whitehaven Beach, één van Australië’s mooiste stranden.
We scheepten om ongeveer half negen in op de “Ragamuffin”. Dit is niet zomaar een boot. Het type zeilschip wordt ook wel “Maxi” genoemd. Met haar 24 meter lengte en een zeiloppervlak van maximaal 547m2 (daarmee kun je twee tennisvelden bedekken staat ergens niet zonder trots vermeld) is het een indrukwekkende verschijning. Het uit 1979 stammend jacht is gebouwd om grote zeilwedstrijden te winnen en dat deed ‘ie meteen al vanaf het eerste jaar dat ze te water werd gelaten. Maar liefst 3x is bijvoorbeeld de Sydney-Hobart race gewonnen en dat heeft nog nooit een ander schip weten te presteren.
Inmiddels is het vaartuig omgebouwd tot een dagtrip-vehikel en dat is vooral in het aantal aan boord aanwezige mensen te merken. Waar vroeger 26 tot op het bot getrainde racedeelnemers over het dek en het het ruim konden worden verdeeld, moeten we nu met zo’n 50 toeristen en 6 bemanningsleden ergens een plekje zoeken. Het is af en toe behoorlijk passen en meten en als het schip eenmaal op zee het grootzeil en de fok volledig heeft opgetrokken worden we door de ‘crew’ regelmatig verplaatst. Spectaculair is het wel, zo’n scherp zeiljacht dat flink overhellend een enorme snelheid maakt onder invloed van de vooral ’s morgens sterk aanwezige wind.
Na een ochtend zeilen worden we met een kleine rubberboot (met de toepasselijke naam ‘mini-muffin’) afgezet op “Whitehaven Beach” gelegen op het grootste eiland “Whitsunday Island”. Het strand is parelwit en steekt mooi af bij de turquoise blauwe zee en het op het eiland groeiende groene regenwoud. Het poederig fijne zand is zo wit door de samenstelling ervan: Maar liefst 98% silicium-dioxide (voor diegenen die scheikunde in het pakket hebben gehad). De bemanning serveert op dit zuivere poeder een lekkere lunch en er is tijd om even af te koelen in zee.
Als we ’s middags terug varen hebben Nanda en ik zeer strategisch plaatsgenomen aan de voeten van de schipper. Daar konden we tijdens diverse manoeuvres (zeilen op, overstag, zeilen neer, etc.) rustig blijven zitten. “De Volvo-Penta zal ons terug moeten brengen” zegt de schipper met een beetje spijt in zijn stem. Hij doelt niet op een één of andere mystieke, plotseling opkomende wind (die inmiddels sterk is afgenomen) maar op de onder in het schip ronkende dieselmotor.
Een beetje moe, onze huid nog nagloeiend van de zon, komen we aan eind van de middag terug bij onze camper.





Ha Nanda en Keimpe,
Mooie verhalen en waanzinnig prachtige foto’s! Nog bedankt voor jullie kaart, die is goed aangekomen. Dat jullie daar intens genieten spettert bijna van het scherm.
Echt goed om te zien. Ga vooral zo nog even door.
Grt, Esther (en W & D)
By: Esther on zondag 11 november 2007
at 22:36