Gepost door: Nanda en Keimpe | donderdag 25 oktober 2007

Eungella National Park

Na de vele kilometers door de Outback was het tijd voor wat rust in het programma. In de National Park gids hadden we ons oog laten vallen op het Eungella natuurgebied. Het ligt ter hoogte van de stad Mackay en dan een kilometer of tachtig landinwaarts. De natuur bestaat hier grotendeels uit ondoordringbaar regenwoud maar rond het gelijknamige dorpje is het park voorzien van een aantal wandelpaden. Echt een gebied om eens lekker bij te komen.

We hebben ons geinstalleerd op de lokale camping. Officieel heet het hier ‘Holiday Park’ maar dat is overdreven: Er zijn maximaal zo’n 20 plaatsen dus het is er heerlijk kleinschalig. De fraaiste eigenschap van de camping (en eigenlijk het hele dorp Eungella) is dat het op een berg ligt. We kijken vanuit de camper zo een honderden meters lager gelegen dal in.
Het klimaat is hier overigens heerlijk koel, zoals we wensten na de hiite van de Outback.

Volgens onze gidsjes en reisbrochures is Eungella National Park voorzien van ‘Abundant Birdlife’ en ‘a must-see for every serious birdwatcher’. Er komen hier (vogel)soorten voor die je verder nergens ter wereld tegen komt. De Eungella Honeyeater is een voorbeeld van een vogel die alleen hier is te zien. En ja hoor, meteen als we onze eerste wandeling maken zien we er al eentje op een tak zitten. Tevreden markeren we later de vogel als ‘gezien’ in ons vogelgidsje.

Een ander zeer interessant beest die alleen aan de Australische oost-kust en Tasmanië voorkomt is het schuwe vogelbekdier of, in het engels, de Platypus. In Eungella NP zijn ze prima te bewonderen, er is zelfs een Platypus-uitkijk-punt neergezet iets boven de rivier. je moet dan wel heel stil zijn en zeker geduld hebben, want deze vreemde, van eende-bek-voorziene, eierleggende zoogdieren laten zich niet zomaar zien! Ons eerste exemplaar zien wij trouwens niet op het uitkijkpunt (waar het behoorlijk druk is met ongeduldig turende mede-toeristen) maar langs een wandelroute door het regenwoud, als we in de naast ons stromende rivier ineens de voor een zwemmende Platypus kenmerkende V-vormige golfjes op het wateroppervlak waarnemen. Een druk naar eten zoekend dier kunnen we minutenlang bekijken. De daar gemaakt foto’s zijn nog niet helemaal voor publicatie geschikt maar het kan zijn dat vandaag of morgen ik wel een paar mooie plaatjes kan laten zien.

Op de camping worden we ’s ochtends al vroeg gewekt door de veel voorkomende ‘Laughing Kookaburra’s’. Waar de blauw-gevleugelde soortgenoot (die we in Katherine al een paar keer hebben mogen zien) zijn snater houdt, is de soort op onze camping af en toe wel heel erg luidruchtig. “Oeh oeh oeh ah ah ah” en dat lekker tegen elkaar in. Het is inderdaad net een stel melig lachende onverlaten. Zeer vrij vertaald zouden we het in het Nederlands wat mij betreft ook wel de moppentappende Kookaburra’s mogen noemen…

Morgen verlaten we, na maar liefst vier nachten, de camping op weg naar het dal onder ons om nog één of meerdere dagen later de zee aan de oost-kust te ontmoeten.

lj3v0056.jpg

Gepost door: Nanda | zondag 21 oktober 2007

Blik op oneindig

Van Tennant Creek in het Northern Territory naar Townsville in Queensland, dat betekent kilometers vreten. Om precies te zijn: 1555 km. Door een gebied dat het begrip Outback eer aandoet. Een route die ook wel de Overlander’s Way wordt genoemd, waarover de cowboys vroeger hun vee vanuit de Kimberley helemaal naar de Oostkust dreven.

Honderden kilometers tussen de ene en de volgende naam op de kaart, vaak onbeduidende plaatsjes met niet veel meer dan een benzinepomp en een motel.
Daartussen soms een cattle station, maar vaker reden we door volkomen leegte. Waren we al eerder onder de indruk van de weidsheid van dit continent, ook nu verbaasden we ons er weer geregeld over. Wat een ruimte. Zeer vlakke landschappen ook dit keer, waar de wind onze camper af en toe flink aan een evenwichtstest onderwierp (die hij glansrijk doorstond overigens).

Af en toe ontmoetten we een tegenligger, meestal een road train (immense truck), de achterliggers tijdens het hele traject zijn op een hand te tellen geweest.

Na een recordrit van 670 km sliepen we de eerste nacht in Mount Isa, dat haar bestaansrecht aan de nabije ertswinning van ondermeer lood, koper, zink en zilver dankt. In de Lonely Planet lazen wij verwachtingsvol dat The Isa werd omschreven als een stadje van “striking beauty”. Toegeven, het is een welvarend plaatsje met moderne winkels en nette wegen, maar de schoonheid ervan zagen wij toch maar lastig in. Wel konden we er bij onze favoriete supermarktketen Coles met gemak weer de nodige happen en dranken inslaan.

De volgende dag bivakkeerden we 400 km verderop, in Richmond. Een klein authentiek outbackdorpje, waar de lokale camping ons uitzicht bood op het keurige kunstmatige meer.

Tijdens de laatste etappe naar Townsville werden we nog positief verrast in Charters Towers. Op deze plek sloeg aan het einde van de 19e eeuw de goudkoorts in volle hevigheid toe en groeide er een  zeer rijk stadje. Wij konden de sfeer van die tijd nog bijna proeven, door de vele, mooi gerestaureerde, historische gebouwen.

Op dit moment verblijven we in Ayr, een middelgrote plaats, 88 km onder Townsville. Daar hebben we ons vandaag eens even rustig beraden over onze plannen voor onze laatste maand aan de Oostkust. Morgen zakken we in ieder geval nog wat verder af, naar Eungella National Park, ten noordwesten van Mackay.

img_1072.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | zondag 21 oktober 2007

Reacties op… reacties (4)

@Iedereen: Bedankt voor alle leuke reacties n.a.v. Keimpe’s verjaardag!!

@Martin: Ha die Mart, we dachten al dat jij het roerend eens zou zijn met onze vervroegde move naar de Oostkust. Bovendien kunnen we de mensen hier nu vast wat voorbereiden op jouw komst :-) Het ziet er trouwens naar uit dat we in Airlie Beach inderdaad nog wel een borrel (of twee) met elkaar kunnen drinken! We zijn er in ieder geval de 8e (dan kom jij aan) dus dat moet lukken, toch? Hebben nog contact! Voor nu: Bouw lekker af qua werk, Oz wacht op je!

@Emile: Het is wat he zo’n modern weblog ;-) Qua fotografie word ik (N) hier compleet ondergesneeuwd door Keimpe, maar je moet een man z’n pleziertje natuurlijk niet afnemen. En hij doet goed zijn best nietwaar? Keimpe laat weten dat hij het afbranden van Dell wel jammer vindt want hij kan niet wachten om weer aan het werk te gaan.

Gepost door: Keimpe | woensdag 17 oktober 2007

Keimpe is jarig

Tennant Creek, populatie: 3000 zielen, ontstaan tijdens de laatste goudkoorts van Australië, in de jaren dertig van de vorige eeuw. “Golden Heart of the Northern Territory” ronkt een reclamebord vlak voor we dit plaatsje in trekken. We hebben besloten om mijn verjaardag vandaag in dit outback stadje te vieren.

Laat ik eens beschrijven hoe deze verjaadagsochtend er tot nu toe uit zag. Ik heb nog geen plens water in mijn gezicht gegooid of ik zie Nanda, met bolle wangen, om de hoek van ons toiletje verschijnen al blazend op een feest-fluit. Ja ja, ik ben jarig maar ook nog erg duf. Ik mag mij van Nanda op geen enkele wijze bemoeien met het ontbijt dus ik ga er eens lekker bij zitten. Plotseling ligt er een pakje voor mijn neus. In bruin papier wordt er iets veborgen wat door voelen en schudden niet te achterhalen is. Ik moet hier wel even vermelden dat de aanwezigheid van dit pakje in onze mobiele woning destijds al door een douanière op het vliegveld van Perth is verraden. Nanda heeft het de afgelopen maanden echter dusdanig goed verstopt dat elke zoekpoging van mij nutteloos bleek. Maar goed, daar ligt het dan. Het is een kado van Alice, Alaric, Jorg en mijn moeder en vader. Er zit een kaart in met een leuke tekst, een paar kaarsjes voor op de taart (“die moet je zelf nog even aanschaffen!”) wat slingers, feestfluiten (al weer!) en een paar krasloten. Ik moet meteen bekennen dat ik slechts van het bestaan van krasloten afweet, maar er nooit één in handen heb gehad. Gelukkig staan de spelinstructies op de achterzijde gedrukt. Een kwartier lang ben ik aan het krassen (PAC-MAN(R), Binnenharken en High-Five) af en toe een kleine pauze inlassend om de spanning nog wat op te voeren. Het resultaat is een niet onbeduidend bedrag van bij elkaar vijf euro! Ik hoop dat het gemachtigde kraslotverkooppunt bij ons thuis in de buurt de kaarten nog accepteert zodra ik mijn prijs kom incasseren.

Nu gaan we eerst het swingende centrum van Tennant Creek in op zoek naar het verjaardagskado die Nanda in het vooruitzicht heeft gesteld: een echte originele Australische Didgeridoo. Het moet een prachtige aanvulling worden op mijn toch al rijke muziekinstrumenten verzameling. Ook gaan we proberen een taartje te vinden. Of dat in de Outback lukt… vertellen we later!

img_1057.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | woensdag 17 oktober 2007

Van Katherine naar Tennant Creek

Een paar dagen geleden zijn we vertrokken vanuit Katherine. We kwamen die dag tot Daly Waters. Dit dorp bestaat eigenlijk slechts uit een pub, maar dan wel een hele beroemde. Alles in het dorp (restaurant, brandstof tanken, kamperen) wordt vanuit dit etablisement geregeld. Er hangt een echte Outback sfeer die een beetje wordt doorbroken door de toeristen. Beef-and-Barra geeft het aanplakbiljet aan. Wereldberoemd staat er ook geschreven. Daar zijn we wel gevoelig voor dus reserveren we een plaatsje op de barbeque: voor Nanda een halve Barramundi- en halve Beef-portie. ik vind een flinke biefstuk wel fraai. Op plastic stoeltjes en -tafeltjes (wel voorzien van decoratief kleedje) gebruiken wij dit eenvoudige maar o zo lekkere diner.

Op de camping van de Daly Waters pub waren Nanda en ik nog getuige van het opzetten van het kamp van één van de Australische deelnemers aan de Solar-autorace. (Deze jaarlijkse race tussen naar ik meen Darwin en Adelaide (ik heb dit niet kunnen checken, sorry!) is volgens mij de laatste jaren gewonnen door de Nuon-zonne-energie-wagen van een (het) Nederlands(e) team. Zoals met alle onzekerheden leek het ons niet verstandig dit feit er bij onze campingburen in te wrijven…). Rond een uur of vijf kwamen twee kwartiermakers van het TafeSA-team aan. Een auto met vouwwagen, hoe lastig kan het zijn dit ding op te zetten? Een dergelijk klusje hebben we de afgelopen weken ontelbare keren zien klaren door minsten twee keer zo oude kampeerders. Nee dan deze heren. Direct na het uitstappen volgde eerst een uitgebreide smeersessie. Spuitbussen met anti-muggen-en-vliegenspray (Tropical Strength – 6 hour familiy protection) werden over elkaar heen leeggespoten. Even later doken ze achter hun tentwagen op, het hoofd volledig omsloten door een vliegennet! Merk daarbij op dat wij een tiental meters verderop in korte broek en t-shirt volledig onbeschermd buiten zaten, slechts een enkel onschuldig vliegje wegwuivend. “Misschien hebben ze bezuinigd op team-t-shirts en hebben ze die dingen al dagen aan!” speculeren we er lustig op los nadat we ook de zwaarlijvigheid van de heren hebben vastgesteld. “die beesten vliegen daar natuurlijk opaf alsof je een pot stroop open trekt!”. Zo zie je maar weer, in the Outback kom je soms zeer eigenaardige zaken tegen…

Na een rustig nachtje (ondanks de pub… thank god!) pakten we de volgende ochtend al vroeg onze spullen op en vertrokken we verder richting het zuiden, naar Tennant Creek. Nu we het dan over onze route hebben: We hebben besloten ons reisschema aan te passen. en niet verder af te zakken naar het midden van Australië. De vele bezienswaardigheden (lees: veel doen!) rond Alice Springs en Uluru (Ayers Rock) in combinatie met de hitte en zeker ook de vele extra kilometers die we ervoor zouden moeten maken (een slordige 1700km), hebben ons doen besluiten direct naar de oost-kust de rijden. Door iets zuidelijker te zakken (ergens tussen Townsville en Mackay) verwachten we een aangenamer klimaat te vinden om de laatste weken van onze reis op een ontspannen manier door te kunnen brengen. We hebben de afgelopen acht weken al zo verschrikkelijk veel mooie dingen gezien en beleefd… het hart van Australië bewaren we gewoon voor een volgende keer!

van-darwin-naar-tennant-creek.jpg

Gepost door: Nanda en Keimpe | zondag 14 oktober 2007

Van Darwin naar Katherine Gorge (Nitmiluk) NP

Ruim 6000km staat er op de teller maar na het rijden van deze afstand zijn we dan ook helemaal in Darwin aangekomen. De eerste ongenblikken in deze tropische stad staan in het teken van onze camper. Er zijn de afgelopen weken namelijk een paar kleine ongemakken ontstaan en die willen we bij de KEA vestiging graag laten maken. Zo werkt bijvoorbeeld onze linker richtingaanwijzer dan weer wel dan weer niet en dat is, zeker in een drukke stad, nogal lastig. Ook vliegt de beschermkap van de camperdeur (gelukkig niet de hele deur!) tijdens het rijden zo nu en dan open. De waslijn doet nu dienst als voorkomer van dit euvel maar dat kan natuurlijk niet lang zo de bedoeling zijn.

KEA-techneut Kevin is een aardige kerel, handig met schroevendraaier en oliespuit maar het elektrotechnische probleem van de knipperlichtinstallatie is hem te machtig. Ook het in autoelectronica gespecialiseerde bedrijf, onder leiding van ene Peter Brown, weet de vinger niet op de zere plek te leggen. Kevin van KEA waarschuwde ons trouwens voor het humeur van Peter Brown en dat was niet voor niets gezegd. Slechts een handje vol woorden kregen we uit de man geperst, waaronder een duidelijk geartuculeerd “Outside!” toen Nanda en ik ons een meter binnen zijn garagecomplex bevonden (wat dus duidelijk niet de bedoeling was). Toen we ons de volgende dag bij Ford meldden deed het knipperlicht wat het altijd had moeten doen: knipperen. Niets leek het ding ervan te weerhouden er even, in het kader van een gedegen onderzoek, mee op te houden. “Het is net als een ontstoken kies, zodra je bij de tandarts in de stoel zit heb je in ŽŽn keer geen pijn meer!” zei KEA-Kevin droogjes. Een dag later, op het moment dat we Darwin al weer tientallen kilometers achter ons hadden liggen, kwamen de kuren in volle glorie terug. Nou ja, we zijn tenminste weer in de Outback waar er nauwelijks ander verkeer is om aan te geven dat we naar links willen…

We hebben nog voldoende gelegenheid genomen om Darwin te ontdekken. Deze ontdekkingen deden we achteraf gezien eigenlijk vooral op culinair terrein. Niet dat dat zo gepland was, maar waar we de lunch nog nuttigden in een Japanse Sushi bar (met een heuse lopende band op de bar, waar de lekkere hapjes als in een treintje zo onder je neus voorbij trekken!) genoten we ’s avonds van de hapjes uit enkele van de zeer vele eetkraampjes op de eenmaal per week gehouden strand-bazaar. Wat een keuze! Om dol van te worden. Natuurlijk waren er de Australische bak-en-braad gelegenheden maar onze voorkeur ging uit naar de finesses van de Thaise keuken. De andere helft van de markt bestond overigens uit kraampjes met snuisterijen die bij de meeste toeristen altijd weer enorm in de smaak vallen. Wij hebben er wat rondgelopen en zijn met onze camper naar de camping teruggekeerd.

Inmiddels zijn we weer in Katherine, deze keer op de camping middenin het gelijknamige National Park. Er zijn hier prachtige kliffen te zien, ontstaan door de slijpende werking van de Katherine rivier die hier dwars door het gebied stroomt. Even dachten we dat “The Wet” (het jaarlijkse seizoen dat ervoor zorgt dat alles wat hier droog is zeer, maar dan ook zeer nat wordt!) begonnen was. We lagen net in bed toen het begon te regenen en niet zo’n beetje ook. Met bakken kwam het uit de lucht en dat ging gepaard met een enorm onweer. De camper trilde af en toe onder de inslagen. Gelukkig zitten we in een camper en niet in één van de tentjes op het naastgelegen veldje, waar in het donker door de tentkampeerders een zaklampen-lichtshow werd opgevoerd.

Vanmorgen zijn we weer eens gaan varen op een rondvaartboot. De vroegste boot hadden we geboekt en in het arangement was een ontbijt opgenomen. Al varend over de Katherine rivier, links en rechts uitzicht hebbend op prachtige kliffen, aten we bacon, een worstje en roereieren. “Schipper” van de boot was een man die zo als stand-in voor één van de langbaarden van de rockband ZZ-Top zou kunnen dienen (zie foto’s). Bij gebrek aan dieren (ondanks het vroege tijdstip hebben we bar weinig wild-life kunnen spotten op en langs de rivier – waarschijnlijk bedankten de dieren feestelijk om langs dit toch wel drukke traject van de Gorges te paraderen) sprak kapitein langbaard vooral over de bomen en hun heilzame werking als, bijvoorbeeld, anti-muggenolie. Voor het wildlife hadden we net zo goed op de caming kunnen blijven. Het is een pracht en praal van zeer veel exotische vogels (Red-Collared Lorikeet’s, Blue-faced Honeyeaters en de onsterflijke Magpie Lark) en de Agile Wallabies (een kleine kangoeroesoort) springen ons om de oren.

De rest van de dag doen we kalmpjes aan. Een beetje lezen, een beetje schrijven. Morgen gaan we verder richting het centrum van Australie. ‘Alice Springs – 1306km’ staat er op een bord hier ter hoogte van Katherine langs de Stuart Highway. Na ruim 6000km rijden lachen wij om dit soort ritjes… ;-)

lj3v0006.jpg

Gepost door: Nanda | donderdag 11 oktober 2007

Van Kakadu naar Darwin

Na onze ‘ wetlands’ belevenissen bij Yellow Waters reisden we door naar Jabiru, nog altijd in Kakadu National Park. We hadden ons kamp die ochtend vroeg opgebroken en zaten al om half 8 in de camper (mensen die mij kennen weten dat dit ongekend vroege vogelgedrag is voor mij…). Voor acht uur arriveerden we al bij Nourlangie Rock, een ‘hotspot’ in het park, met name vanwege de overblijfselen van eeuwenoude aboriginal schilderingen die er op de rotsen zijn te bezichtigen. De vliegen waren minstens zo vroeg op als wij en vlogen ons gezellig om (en in) de oren terwijl wij de wandeling langs de aborigine kunst maakten en uiteindelijk op een uitkijkpunt uitkwamen, vanwaar de rots en haar omgeving mooi oplichtte in de ochtendzon. Inmiddels arriveerden de toeristenbussen ook en maakten we ons daarom snel uit de voeten, om door te rijden naar Jabiru. Na wat boodschappen in de lokale supermarkt (de enige behoorlijke in een straal van zeker 200 km!) installeerden we ons op een plekje in de Kakadu Lodge, waar we weer een beetje op (lagere) temperatuur konden komen. Sinds we in het tropische deel van Australie reizen maken we gretig gebruik van de zwembaden die de meeste campings hebben!

Vanuit Jabiru maakten we de volgende namiddag een rit naar Ubirr, op 40 km van Jabiru en gelegen tegen de grens van Kakadu met Arnhem Land. We hadden een goed moment gekozen, want toen wij er tegen half 5 arriveerden, vertrokken de meeste andere bezoekers. De aboriginal schilderingen op de rotspartijen van Ubirr vonden wij die van Nourlangie overtreffen, maar het echte (letterlijke) hoogtepunt was toch wel het te beklimmen uitkijkpunt. Van daaraf hadden we een indrukwekkend 360 graden uitzicht op de omringende wetlands, de rivier, de ruige bergkammen van Arnhem Land en de rotsen van Ubirr. Daar waren we toch wel even stil van. En het gelukkige toeval wilde dat we de omgeving ruim een kwartier helemaal alleen op ons konden laten inwerken, omdat er op dat moment even geen andere mensen in de buurt waren.

Gisteren hebben we Kakadu achter ons gelaten om naar Darwin te reizen, een stad die bij mij qua naam en ligging altijd een beetje tot de verbeelding heeft gesproken. Wordt vervolgd…

PS Zie ook weer een heleboel nieuwe foto’s in ons fotoalbum!

lj3v0024.jpg

Gepost door: Keimpe | dinsdag 9 oktober 2007

Biologieles

Vanwege de warmte en de hoge luchtvochtigheid hebben we ons dag- en nachtschema flink aangepast. ’s Morgens staan we heel vroeg op, om dan zo tussen half acht en een uur of tien een onderneming aan te gaan. Dit kan bestaan uit een wandeling, een toertje of gewoon de spullen oppakken en naar een andere bestemming rijden. ’s Middags na de lunch lassen we een korte siesta in waarna we pas aan het einde van de middag weer een kleine activiteit op het programma durven te zetten. Alleen op deze manier is het uit te houden hier.

 

Het kostte ons dan ook weinig moeite om de vroegste twee uur durende rondvaart (vertrek: 6:45) over Yellow Waters te boeken. We sloten ons om ongeveer 6:30 aan bij onze medepassagiers in het bushokje, waar een geparkeerde bus ons even later naar de aanlegsteiger van de rondvaartboot zou brengen. Enigszins onbescheiden (zonder dat daarbij de term ‘bot’ op ons van toepassing was) persten we ons in de eerste bus – we wilden natuurlijk, met het oog op de vele fantastische fotomomenten, een goed plaatsje aan boord van het schip hebben!

 

Yellow Waters is een onderdeel van het South Alligator Riviersysteem. Momenteel in het droge seizoen, is het een uitgestrekt wetlands gebied waarbij er van een stromende rivier nauwelijks sprake is. Australiërs noemen losgekomen stukken van de rivier ook wel ‘billabongs’ – een goede Nederlandse vertaling hiervoor heb ik helaas even niet bij de hand. Het stikt er werkelijk van het planten- en dierenleven. We concluderen als snel dat we nog nooit zo’n grote concentratie aan vogels hebben mogen waarnemen. In grote getale zwermen de magpie-ganzen, uiteenlopende eendsoorten om nog maar te zwijgen van de vele steltloperfamilies, over ons heen. Tussen de takken van een zoetwater mangrove nemen we een bont gekleurde Azuur Kingfisher (ijsvogel) waar en hoog op een dorre tak van een Paperbark Melaleuca kijkt een White Bellied Sea-eagle op ons neer. “Pretend you never saw them” verteld onze kundige gids als ze ons wijst op een paar bruin-zwarte kolossen in het buffelgras. Het gaat om runderen die door de in het park wonende Aboriginals als vee worden gehouden. Het onderstreept nog eens dat er in het Kakadu World Heritage park niet alleen natuur, maar ook cultuur beschermd wordt. Zelfs als de lokale Aboriginals besluiten om het houden van vee in hun cultuur op te nemen, dan wordt dat ook beschermd. Veel schade aan de omgeving doen die beesten trouwens niet.

 

Ooit heb ik biologie gestudeerd, voornamelijk uit pure interesse. Die nog altijd latent aanwezige ‘gebiologeerdheid’ mag dan niet zo zeer blijken uit het werk dat ik voor de kost doe, maar in een zeer rijke natuurlijke omgeving flakkert het wel degelijk op. Zo nam ik gefascineerd kennis van het feit dat de eerder genoemde magpie-ganzen broeden in paar trio’s (trouwens een fraaie contradictio in terminis – mijn moeder leerde mij al namelijk van jongs af aan dat een paar ‘twee’ is…). Ik heb veel vormen van voortplanting gezien, maar dit was echt nieuw voor mij. Eén mannetje houdt er een openlijke verhouding met twee vrouwtjes op na, een oudere en een jongere. Beide vrouwtjes worden door hem bevrucht en leggen de eieren in hetzelfde nest. Jonge ganzen lopen samen met het ouderlijk trio vrolijk als één groep in het rond. Een minstens zo opzienbarende overlevingsstrategie (uit Charles Darwin’s The Origin of Species en andere werken over de ‘Natuurlijke Selectie’ theorie) hanteren de Radjah Shelducks (een soort eenden). Mannetje en vrouwtje vormen paren voor het leven. Geen andere sterveling komt daar nog tussen. Als één van beide om wat voor een reden dan ook komt te overlijden, dan sterft de ander niet lang daarna ook. “Because of a broken heart probably…” zegt onze gids lachend maar deze laatste opmerking is natuurlijk niet erg wetenschappelijk. Hoewel een duidelijke, direct, verklaring voor het sterfgedrag van een Radjaheend weduwe of weduwnaar niet voorhanden ligt, moeten we ons niet laten verleiden tot het op de dieren projecteren van onze menselijke gevoelens.

 

In de twee uur dat we op het water doorbrachten hebben we nog veel interessante natuurfenomenen mogen zien. Nog nooit ben ik zo dicht in de buurt van een krokodil geweest (2 tot 3 meter, weliswaar veilig achter het hek van onze boot, terwijl het 3,5 meter lange reptiel dat zo uit de oertijd lijkt te komen zijn drijven, ons in tegengestelde richting heel rustig voorbij zwom, bijna zou ik zweren dat het naar ons knipoogde en “How are you going?” sprak…), nog nooit zag ik iemand zo nonchalant een zojuist gevangen Barramundi (zeer eiwitrijke en hier veel gegeten zoetwater vis) naar huis dragen (hij droeg het bijna 1 meter lange beest aan zijn kieuwen, losjes naast zich, alsof het een tasje betrof met een zojuist aangeschafte spijkerbroek) en dan heb ik het nog niet eens over die Indiase man die als een ware Bollywood-cineast zijn vrouw en kinderen (en ongewild ook ons) beheerst en toch met een zeker fanatisme door de zoeker van een enorme bijna schouder-camera loerend, aan het filmen was. Ja ja, ook dit zijn noemenswaardige facetten van het complexe ecosysteem van het Kakadu Nationaal Park.

 

Het was al weer warm dus was twee uur varen meer dan genoeg – de zon heeft hier om 9:00 ’s ochtends al zo’n grote kracht, daar kunnen we op een topdag in een Nederlandse zomer alleen maar van dromen. Voldaan van al het moois keerden wij terug in onze camper, waar een trouw snorrende airco voor een heerlijk zacht en aangenaam klimaat zorgde.

lj3v0138.jpg

 

Gepost door: Nanda en Keimpe | zondag 7 oktober 2007

Heet

We zijn in Northern Territory. Na zes-en-een-halve week reizen door het immense West-Australie gingen we een paar dagen geleden de grens over naar een nieuwe staat. Vanuit Kununurra (waar we uiteindelijk 3 nachtjes hebben gestaan) zijn we in een ruk (500km) naar Katherine gereden. Het Low Level Caravan Park is prachtig (dank je Karlijn voor de tip!)  helemaal omdat we met slechts een handjevol andere kampeerders tussen de bomen en talrijke vogels stonden. Dus maar een nachtje extra geboekt!

We zitten nu in Kakadu National Park, een van de grootste parken van Australie en een World Heritage gebied. Vanmorgen zijn we al heel vroeg opgestaan om, tijdens een nog opkomende zon, een prachtig vaartochtje in het wetlands gebied van Yellow Waters te maken. De frequentie waarmee je in Afrika een impala ziet, is hier voorbehouden aan de zoutwater krokodil: elke 20 meter is er wel eentje te zien. Indrukwekkende beesten, die ’salties’. Alsof we door een echte voliere trokken, zoveel vogels hebben we nog nooit zo geconcentreerd gezien. Foto’s van onze cruise volgen later.

Maar wat is het hier HEET! En wat is de lucht vochtig. Al in Kununurra merkten we dat ons tempo flink omlaag moest. Midden in de nacht werden we zwetend als in een koortsdroom wakker en begon het gevecht met de verkoelingsopties. Wat is het beste? Alleen ramen open? Of de ventilator erbij aan? Of toch ook de airco? Of combinaties daarvan? Hier in Kakadu hebben we besloten het experimenteren te beeindigen: de ingebouwde airco installatie blijft nu definitief elke nacht, van begin tot einde, aan. Een mens moet toch slapen? ;-)

Morgen rijden we richting Jabiru, nog steeds in Kakadu NP.

Gepost door: Nanda en Keimpe | dinsdag 2 oktober 2007

Reacties op… reacties (3)

@Cristina, Inge, Jeltje en Karlijn: Zeg, dames van de Postcode Loterij, wordt er nog een beetje gewerkt daar? ;-) )) Harstikke leuk dat jullie meelezen!

 @Mandy: We hopen dat Kevin’s feestje gezellig was, ondanks een tegenstribbelend feestvarken? En, hoe vond hij de Australische beestjes? Kus van ome Keimpe en tante Nanda.

« Nieuwere berichten - Oudere Berichten »

Categorieën