Na de vele kilometers door de Outback was het tijd voor wat rust in het programma. In de National Park gids hadden we ons oog laten vallen op het Eungella natuurgebied. Het ligt ter hoogte van de stad Mackay en dan een kilometer of tachtig landinwaarts. De natuur bestaat hier grotendeels uit ondoordringbaar regenwoud maar rond het gelijknamige dorpje is het park voorzien van een aantal wandelpaden. Echt een gebied om eens lekker bij te komen.
We hebben ons geinstalleerd op de lokale camping. Officieel heet het hier ‘Holiday Park’ maar dat is overdreven: Er zijn maximaal zo’n 20 plaatsen dus het is er heerlijk kleinschalig. De fraaiste eigenschap van de camping (en eigenlijk het hele dorp Eungella) is dat het op een berg ligt. We kijken vanuit de camper zo een honderden meters lager gelegen dal in.
Het klimaat is hier overigens heerlijk koel, zoals we wensten na de hiite van de Outback.
Volgens onze gidsjes en reisbrochures is Eungella National Park voorzien van ‘Abundant Birdlife’ en ‘a must-see for every serious birdwatcher’. Er komen hier (vogel)soorten voor die je verder nergens ter wereld tegen komt. De Eungella Honeyeater is een voorbeeld van een vogel die alleen hier is te zien. En ja hoor, meteen als we onze eerste wandeling maken zien we er al eentje op een tak zitten. Tevreden markeren we later de vogel als ‘gezien’ in ons vogelgidsje.
Een ander zeer interessant beest die alleen aan de Australische oost-kust en Tasmanië voorkomt is het schuwe vogelbekdier of, in het engels, de Platypus. In Eungella NP zijn ze prima te bewonderen, er is zelfs een Platypus-uitkijk-punt neergezet iets boven de rivier. je moet dan wel heel stil zijn en zeker geduld hebben, want deze vreemde, van eende-bek-voorziene, eierleggende zoogdieren laten zich niet zomaar zien! Ons eerste exemplaar zien wij trouwens niet op het uitkijkpunt (waar het behoorlijk druk is met ongeduldig turende mede-toeristen) maar langs een wandelroute door het regenwoud, als we in de naast ons stromende rivier ineens de voor een zwemmende Platypus kenmerkende V-vormige golfjes op het wateroppervlak waarnemen. Een druk naar eten zoekend dier kunnen we minutenlang bekijken. De daar gemaakt foto’s zijn nog niet helemaal voor publicatie geschikt maar het kan zijn dat vandaag of morgen ik wel een paar mooie plaatjes kan laten zien.
Op de camping worden we ’s ochtends al vroeg gewekt door de veel voorkomende ‘Laughing Kookaburra’s’. Waar de blauw-gevleugelde soortgenoot (die we in Katherine al een paar keer hebben mogen zien) zijn snater houdt, is de soort op onze camping af en toe wel heel erg luidruchtig. “Oeh oeh oeh ah ah ah” en dat lekker tegen elkaar in. Het is inderdaad net een stel melig lachende onverlaten. Zeer vrij vertaald zouden we het in het Nederlands wat mij betreft ook wel de moppentappende Kookaburra’s mogen noemen…
Morgen verlaten we, na maar liefst vier nachten, de camping op weg naar het dal onder ons om nog één of meerdere dagen later de zee aan de oost-kust te ontmoeten.










